Confluence workbench mirror

2. Fabric Access Policies (L1)

Guarded rendering from the committed top-level `confluence/` mirror. No live source, personal data, or write action is available.

Kind
PAGE
Version
4
Labels
0
Children
0
On this page
  1. Unsupported Confluence macro: tocUnsupported macro placeholder; source behavior is intentionally inert.No displayable parameters.
  2. VLAN Pools
  3. Domains
  4. L3 Domains
  5. Physical Domains
  6. Attachable Access Entity Profiles
  7. Leaf Interface Policy Groups
  8. Virtual Port-Channel
  9. Port-Channel
  10. Leaf Access Port
  11. Leaf Interface Profiles
  12. Leaf Switch Profiles

In Cisco ACI zijn de Fabric Access policies de delen van de configuratie die zorgen dat switchpoorten geconfigureerd worden. In de Fabric access policies is het belangrijk dat interfaces met dezelfde configuratie behoeften zoveel mogelijk gegroepeerd worden zodat toevoeging of verwijdering van bijvoorbeeld vlan tags voor de hele groep tegelijkertijd gebeurt.

Hieronder een overzicht van hoe deze policies worden opgebouwd.

VLAN Pools

In een VLAN Pool worden VLAN-tags opgenomen die voor een of meerdere domeinen gebruikt kunnen worden. Een VLAN-pool koppelt op de achtergrond VXLAN ID’s aan elk VLAN zodat het gehele fabric later gebruik kan maken van de juiste encapsulatie.

Domains

Een Domain is het eerste object dat groeperen van bovenliggende policies mogelijk maakt, aan een domain wordt een VLAN-pool gekoppeld waarvan de VLAN tags later binnen dit domein gebruikt kunnen worden.

Er bestaan vier soorten domains, bij RWS worden de volgende twee gebruikt.

L3 Domains

Het L3domain wordt gebruikt om Fabric access policies beschikbaar te maken voor Laag3 koppelingen met de buiten wereld (bijvoorbeeld de BGP-koppelingen met CE en FW).

L3_<FUNCTIE>

Physical Domains

Het Physical domain wordt gebruikt om baremetal poorten te koppelen aal policies om daar vervolgens endpoint groups te kunnen koppelen

Phys_<FUNCTIE>

Attachable Access Entity Profiles

De AAEP verzorgt de koppeling tussen te gebruiken VLANpools (via de domains), de interfaces op de switches en de Endpoint Groups met VLAN tag.

Het AAEP wordt gebruikt voor clusters of nodes met dezelfde functie. Per interface type wordt een apart AAEP aangemaakt.

Name: <ClusterName>_<InterfaceFunction>

Voorbeeld:

  • AM4_NSX_WLD03_CL1_DATA (Een cluster met een specifieke functionele naam)
  • AM4-IPVL-ZZZ30x_MGMT (100 clusters, 10 nodes)
  • AM4-IPVL-ZZZ3xx_DATA (10 clusters, 100 nodes)

Aan een AAEP worden later (behalve bij VMM en L3out) EPG’s gekoppeld met een VLAN-tag, hier wordt dan ook de keuze gemaakt voor Dot1q trunking of native VLANs.

Door de AAEP's per cluster van servers/ appliances aan te maken zal later de VLAN/ EPG configuratie voor elke node in het cluster gelijk zijn.

Leaf Interface Policy Groups

Virtual Port-Channel

Per host, per interface een Interface Policy Group

<HOSTNAME>_<INT_FUNC>

Port-Channel

Per host, per interface een Interface Policy Group

<HOSTNAME>_<INT_FUNC>

Leaf Access Port

<CLUSTERNAME>_<INT_FUNC>

Leaf Interface Profiles

Name: L<swid_1>-<swid_2>

Voorbeeld: L1022-1023

Leaf Switch Profiles

Name: L<swid_1>-<swid_2>

Voorbeeld: L1022-1023

 

Selected Leafs: <swid_1> + <swid_2>

Bare Metals

Informatie volgt

Hypervisors

Informatie volgt

VMware ESXi

Informatie volgt

Redhat openshift Hypervisor

Informatie volgt

Redhat openshift Containerplatform

Informatie volgt


Mirror provenance
Mirror source
confluence/spaces/INFRAARCH/pages/203228209/page.metadata.json
Storage source
confluence/spaces/INFRAARCH/pages/203228209/page.storage.xhtml
Access
Committed snapshot only