On this page
Dienstbeschrijving
De dienst Hardware Detectie identificeert automatisch hardwarekenmerken van cluster nodes (bijv. CPU‑flags, GPU’s/accelerators, NIC‑capabilities, NUMA, storage) en maakt deze kenmerken beschikbaar voor operators en platformservices voor o.a. GPU‑toewijzing, SR‑IOV, driverbeheer en plaatsingsregels. De dienst is gericht op Kubernetes/OpenShift‑clusters in RWS‑datacenters en edge/OT‑locaties.
Doel en scope
In scope: automatische detectie op node‑niveau; labeling/annotaties; policy‑gestuurde vertaling naar scheduler‑signalen (nodeSelector/affinity/taints); integratie met GPU‑ en SR‑IOV‑operators; export naar CMDB/observability.
Niet in scope: applicatie‑specifieke resource requests/limits, handmatige assetinventaris buiten clusters, en non‑server endpoints.
Waardepropositie
Betere plaatsing & prestaties: workloads landen op hardware die aantoonbaar geschikt is (GPU/RT/NUMA).
Veilig & controleerbaar: gestandaardiseerde label‑namespaces, audittrail en exception‑beheer.
Hybride & edge‑geschikt: robuuste detectie met lokale caching en offline‑tolerantie.
Transparantie: centraal overzicht van hardwarefeatures en tijdlijnen van wijzigingen.
Dienstonderdelen
Feature discovery op nodes (daemonset/operator) met gestandaardiseerde label/annotation‑uitvoer.
Rule engine & policy (CRD’s) om ruwe detectie te vertalen naar stabiele labels voor scheduling.
Integraties met GPU‑operator, SR‑IOV Network Operator, Node Tuning Operator en ITSM/CMDB.
Beveiliging & privacy: least privilege, gescope‑te metadata, SIEM‑logging.
Observability: dashboards, alerts op feature‑wijzigingen en api‑exposure voor rapportages.
Servicelevels (richtwaarden)
| Kenmerk | Richtwaarde |
|---|---|
| Detectielatentie nieuwe node | ≤ 5 minuten tot labels beschikbaar |
| Detectie bij hardwarewijziging | ≤ 10 minuten tot update labels/annotaties |
| Beschikbaarheid dienst | ≥ 99,9% (excl. aangekondigd onderhoud) |
| Label‑stabiliteit | Geen breaking naamswijzigingen zonder migratiepad |
Functionele Specificaties
Onderstaande eisen beschrijven wat de dienst levert. AC = acceptatiecriteria.
Detectie & labelproductie
FS‑DISC‑001 Feature coverage
Eis: Detectie van CPU (vendor, model, flags/ISA), GPU/accelerators (vendor, device‑ID, vRAM), NIC’s (vendor, speed, SR‑IOV‑capabilities, NUMA), storage (NVMe/SATA/SAS), geheugen/hugepages, kernel/driver‑versies en Secure Boot‑status.
AC: ≥ 95% van beoogde velden gevuld op ondersteunde hardware; ontbrekende velden gelogd met reden.FS‑DISC‑002 Stabiele labels & namespace
Eis: Labels in gereserveerde namespaces (bijv.feature.node.kubernetes.io/…enrws.nl/feature/…) met semantische versieing.
AC: Geen breaking rename zonder deprecated alias en migratieperiode ≥ 90 dagen.FS‑DISC‑003 Frequentie & events
Eis: Periodieke herdetectie en eventing bij veranderingen (add/remove/upgrade).
AC: Event binnen 10 min na wijziging; auditlog met oude/nieuwe waarde.
Policy & scheduling‑integratie
FS‑POL‑001 NodeFeature/NodeFeatureRule
Eis: Declaratieve regels (CRD’s) vertalen ruwe detectie naar beleidslabels voor plaatsing.
AC: GitOps‑beheer met four‑eyes; policytest in pipeline verplicht.FS‑POL‑002 Scheduler‑signalen
Eis: Ondersteuning voor nodeSelector/affinity/anti‑affinity, taints/tolerations en topology hints.
AC: Canary‑plaatsing valideert regels; 0% pods schedulen op niet‑conforme nodes in tests.
GPU/accelerator & NIC‑integratie
FS‑GPU‑001 GPU‑operator integratie
Eis: Labels voor GPU‑presentie/type/driververeisten; preflight‑checks voor driver/kernelniveau.
AC: Workloads met GPU‑requests landen uitsluitend op passende GPU‑nodes; preflight faalt → blokkeer rollout.FS‑NIC‑001 SR‑IOV Network Operator
Eis: Detectie van SR‑IOV‑capabilities (VF’s, link speed, PCI) en publicatie als resource classes.
AC: Resource discovery is zichtbaar en bruikbaar voor CNI; validatie met synthetische workload.
Beveiliging & privacy
FS‑SEC‑001 Least privilege & hardening
Eis: Daemonset draait met minimale rechten; geen shell‑toegang; alleen noodzakelijke sysfs/proc leesrechten.
AC: Security‑scan zonder kritieke bevindingen; afwijkingen met exception en einddatum.FS‑SEC‑002 Dataminimalisatie
Eis: Geen PII of gevoelige serienummers publiceren; hash of masker waar nodig.
AC: Compliance‑check maandelijks; 0 incidenten van datalekken.
Observability & export
FS‑OBS‑001 Dashboards & alerts
Eis: Overzicht per cluster/node van features, wijzigingen en policy‑status; alerts bij regressies.
AC: Retentie ≥ 13 maanden; MTTR‑rapportage beschikbaar.FS‑OBS‑002 CMDB/ITSM‑export
Eis: Periodieke export van inventaris/labels naar CMDB met CI‑koppelingen.
AC: Synchronisatie ≤ 24 uur; 100% traceerbaarheid node ↔ CI.
Edge/OT‑geschiktheid
FS‑EDGE‑001 Offline‑tolerantie
Eis: Lokale caching van detectieresultaten en veilige synchronisatie na reconnect.
AC: Geen labelverlies; verschillen worden conflict‑vrij samengevoegd.
Prestatie & betrouwbaarheid
FS‑PERF‑001 Overhead
Eis: Detectie introduceert minimale overhead op CPU/RAM/IO.
AC: P95 CPU‑overhead < 1% en RAM < 100 MB per node tijdens detectie.FS‑REL‑001 Foutafhandeling
Eis: Degelijke retry/backoff, circuit breaker bij storingen en self‑healing pods.
AC: Geen massale restarts; error budget blijft binnen SLO’s.
Roadmaps
Mijlpaal 1
NFD‑pilot op geselecteerde OpenShift‑clusters; baseline feature‑set (CPU/GPU/NIC/NUMA) en eerste NodeFeatureRule‑policies onder GitOps.
Dashboards voor features & wijzigingen; export naar CMDB (read‑only).
Mijlpaal 2
Integratie met GPU Operator en SR‑IOV Network Operator; canary‑plaatsing en verplichte preflight checks.
Uitrol naar edge/OT met lokale caching en beperkte connectiviteit; alerting op feature‑drift.
Mijlpaal 3
Risicogestuurde plaatsing: gebruik telemetrie/observability om policies dynamisch aan te scherpen (bijv. thermische of driver‑stabiliteitssignalen).
Uitbreiding detectie naar nieuwe accelerators (FPGA/TPU) en storage‑klassen.
Mijlpaal 4
Volwassenheidsfase: self‑healing discovery pipeline, predictive policy‑adviezen en volledige compliance‑rapportage per tenant/domein.
Automatische generatie van resource classes uit NFD‑labels waar veilig mogelijk.
SAK | Waarom van toepassing (kort) | ABB-referentie (FS) |
|---|---|---|
Identity & Access Management v1.1 | RBAC/SSO/MFA voor beheer van daemonset/operator en CRD-policies; four-eyes via GitOps; alle acties herleidbaar. | FS-SEC-001, FS-POL-001, FS-OBS-001/002 |
Remote Access Management v1.0 | Beveiligde beheerpaden (MFA/PAM) naar cluster(s) voor policy/label-wijzigingen; sessielogging/audit. | FS-SEC-001, FS-OBS-001 |
Technical Compliance Management v1.1 | Gestandaardiseerde label-namespaces en policy-governance met evidence/rapportage. | FS-DISC-002, FS-POL-001, FS-OBS-002 |
Security Monitoring v1.1 | Eventing bij feature-wijzigingen en centrale dashboards/alerts; export naar SIEM. | FS-DISC-003, FS-OBS-001, FS-OBS-002 |
Vulnerability Management v1.1 | Scans op detection-images/nodes; CVE’s koppelen aan driver/kernel-versies en policy-updates. | FS-DISC-001, FS-OBS-002 |
Secure Software & System Lifecycle v1.0 | GitOps voor NodeFeature/NodeFeatureRule (CRD’s) en pipelines met reviews/approvals. | FS-POL-001, FS-POL-002 |
Threat Intelligence v1.0 | Hardware/driver advisories voeden preflight en policy-tuning (GPU/SR-IOV). | FS-GPU-001, FS-NIC-001, FS-DISC-003 |
Isolatie v1.1 | Need-to-access voor beheer/export; gescope-te metadata; segmentatie DC/edge. | FS-SEC-001, FS-EDGE-001 |
MK-koppelvlakken v1.1 | Edge/OT-integraties via gecontroleerd koppelvlak; CMDB/SIEM-koppeling en offline-tolerantie. | FS-EDGE-001, FS-OBS-002 |
Patch Management v1.1 | Lifecycle van detectie-agent/operator met gecontroleerde uitrol (ringen/waves). | FS-DISC-003, FS-REL-001 |
Content Security Management v1.1 | Veilig en auditeerbaar omgaan met exports/rapportages (inventaris/labels/evidence). | FS-OBS-002 |
Disaster Recovery v1.1 | Back-up/restore van policies, CRD’s en observability-dashboards (dienstcontinuïteit). | FS-OBS-001/002 |
Cryptografie Management v1.1 | TLS/mTLS voor API/export; signing van images/artifacts; sleutel/cert-rotatie via KMS/HSM. | FS-SEC-001, FS-OBS-002 |
Landingslocaties
Waar de architectuuronderdelen landen binnen de infrastructuur, dit kan bijvoorbeeld een externe commerciële cloud zijn, een private cloud of een Rijkscloud. Hiervoor wordt de definitie in de ICT Strategie gebruikt.
Beschikbare SBBs
Een overzicht van de oplossingen die beschikbaar zijn vanuit dit ABB en de beschrijving van de diensten die daarmee worden geleverd. Vul dit in wanneer de SBBs bekend zijn.
Koppelvlakken
Interfaces en afhankelijkheden tussen verschillende architectuurelementen. Dit zijn bijvoorbeeld de protocollen die kunnen worden gebruikt door andere bouwblokken die gebruik maken van het ABB.
Afhankelijkheden
Beschrijving waar dit ABB van afhankelijk is of welke ABBs afhankelijk zijn van het ABB. Dit geldt ook voor de verschillende serviceketens. Geef dit aan met links naar de architectuur elementen.
EIRA Koppeling
Dit bouwblok is gekoppeld binnen de EIRA aan: Vul hier de EIRA koppeling in.
Een overzicht van alle relevante EIRA bouwblokken staan hier: EIRA Technology & Physical
Mirror provenance
- Mirror source
- confluence/spaces/INFRAARCH/pages/194875639/page.metadata.json
- Storage source
- confluence/spaces/INFRAARCH/pages/194875639/page.storage.xhtml
- Access
- Committed snapshot only